Variatie in de vroeg-motorische ontwikkeling – Vakblad vroeg

Publicatie vakblad vroeg – editie 1 – 2019

 

Inleiding

Over de vroeg-motorische ontwikkeling bestaan 2 verschillende opvattingen naast elkaar, die van de professional en die van  de ouder. In dit artikel beschrijf ik beide benaderingen en de visie van ‘Bewegen met je Baby’ om de professionele- en ouderpraktijkdichter bij elkaar te brengen.

In het eerste levensjaar van een baby verandert er veel, heel veel. Al de eerste 6 weken staat een pasgeborene voor de enorme taak om de eigen temperatuur op peil te houden, te voeden (voedsel te verwerken) en de zwaartekracht te overwinnen. Ook zal de baby te maken krijgen met veel nieuwe prikkels buiten de baarmoeder en niet in de laatste plaats contact gaan maken met papa, mama en andere verzorgers en hen een lachje bezorgen. Het begin van een veilige hechting. Ook motorisch vindt er een immense ontwikkeling plaats. Binnen een jaar verandert een lief, huilend ‘hulpeloos’ wezentje zich tot een mensje dat zich (probeert) op te richten en zijn eerste zelfstandige stapjes zet.

Het brein is er ‘klaar’ voor om al deze ontwikkelingen door te maken (nurture). Er is sprake van genetische pre-programmering maar ook van neurologische maturatie: uitgroei van neuronen en het aangaan van oneindig veel verbindingen. Er wordt ook ‘gesnoeid’: als bepaalde verbindingen niet meer gebruikt worden of niet meer nodig zijn, zullen ze verdwijnen.

Bij stimulatie en variatie is het mogelijk om deze neurologische plasticiteit positief beïnvloeden (nature).  Als kinderfysiotherapeut heeft de wisselwerking tussen ‘nature’ en ‘nurture’ me altijd enorm geïnteresseerd. Het is tenslotte de taak van de kinderfysiotherapeut om het ‘nurture’ deel positief te beïnvloeden.

 

De professional

Mijna Hadders-Algra & Tineke Dirks  beschrijft de mogelijke ( leeftijds-)variatie van de motorische mijlpalen in hun boek ‘de motorische ontwikkeling van de zuigeling (2000):

  • Rollen van rug naar buik begint tussen 3 en 6 maanden
  • Kruipen/tijgeren kan starten tussen 4,5 en 10 maanden
  • Beginnen met loslopen valt binnen de ‘norm’ tussen 10 en 20 maanden

Kinderfysiotherapeuten zijn opgeleid om de kwaliteit van de motoriek te optimaliseren door variatie en differentiatie in het motorisch beeld te stimuleren. Zij hechten minder aan het behalen van de motorische mijlpalen op een vastgesteld tijdstip, dan wel aan de kwaliteit van de (vroeg)motoriek.

Kinderfysiotherapeuten kunnen ouders van baby’s coachen om inzicht te krijgen in- en stimuleren van- vaardigheden zoals rotaties en zelfstandige houdingsveranderingen.  Deze professionals kennen het samenspel van ‘state’, belasting-belastbaarheid, spierkracht, mobiliteit, tonus, variatie en differentiatie. Met deze kennis kunnen zij ouders en hun baby optimaal begeleiden.

 

De ouder

Ouders hebben een verwachtingspatroon van de ( motorische) ontwikkeling van hun pasgeborene. Motorische mijlpalen worden met elkaar gedeeld (facebook, instagram….) en kunnen mogelijk leiden tot een ‘wedloop’. Zitten, staan en lopen zijn de meest voor de hand liggende vaardigheden waarvan melding gedaan wordt en wat dus gestimuleerd en/of geoefend wordt.

Ouders werken vaak allebei, staan onder tijds- en werkdruk, ervaren een hoge prestatiedruk. Thuis wachten de dagelijkse huishoudelijke taken en hun sociale en digitale contacten. Is er dan ’s avonds nog gelegenheid om – uitgebreid – te spelen?

In de praktijk blijken jonge baby’s ( beneden de 6 maanden) al veel en vaak te zitten: op schoot, in het wipstoeltje, in de maxicosy, terwijl de box en het speelkleed minder ingezet worden. Juist in de box en op het speelkleed zien we meer mogelijkheden tot zelfontplooiing en veranderen van houding zoals zijligging, omrollen en pivoteren.

 

Het is van belang om deze 2 visiesdichter bij elkaar te brengen:

Meer variatie en een andere kijk op motorische mijlpalen.
Meer speeltijd en meer speelruimte,  wat motorische variatie in de hand werkt.

 

Bewegen met je Baby wil hierin graag een rol spelen door professionals en alleouders (ook als er geen sprake is van een motorische hulpvraag) meer bekend te maken met de mogelijkheden. Te  informeren, begeleiden en te stimuleren.  Om professionals en ouders  te laten ervaren, dat je energie krijgt van spelen en bewegen met je baby. Dat door spelen de interactie verbeterd en dat baby daardoor mogelijk ook beter begrepen of ‘verstaan’ wordt ( interactie). Er wordt bovendien een goede basis gelegd voor ‘een leven lang bewegen’.

 

Enkele voorbeelden:

  • De hoofdbalans is een van de eerste verkregen motorische vaardigheden. Deze is te stimuleren door baby eens op een andere manier te dragen of ‘op te nemen’ vanuit bed of box.
  • Omdat op de buik liggen niet voor alle kinderen makkelijk of vanzelfsprekend is, adviseren wij om het samen te doen, met 100% aandacht. Misschien kan een spiegel het voor ouder en kind aangenamer maken. Mogelijk heeft baby wat extra ondersteuning nodig om zijn balans beter te (gaan) beheersen.
  • Speel wat vaker op de grond of schakel de eetkamertafel in.
  • Erg uitdagend is het ook om baby te ondersteunen om zelf naar de buik te rollen. Een hele en belangrijke ervaring en zo komt de zijligging ook aan bod.

Het lijkt zo vanzelfsprekend. Het is zo leuk! Maar toch kost het tijd en soms ook energie.
Er valt nog een wereld te winnen en jonge ouders blijken er altijd weer van te leren en te genieten.
Tel uit je winst.

 

Marilou Vorsselmans
Kinderfysiotherapeut
Founder van Bewegen met je baby en Logeren met je baby

www.bewegenmetjebaby.nl

www.logerenmetjebaby.nl

 

 

Dit artikel was ook te lezen in vakblad vroeg. Het blad is te bestellen via de website.

error: Deze website is beveiligd tegen het opslaan van video\'s en afbeeldingen.